De in 1855 ingestelde Eresabel is ongetwijfeld de fraaiste onderscheiding die Nederland kent. Tegelijkertijd is het ook een van de hoogste dapperheidsonderscheidingen van ons land. De Eresabel was bedoeld als beloning voor officieren van het Koninklijk Nederlandsch Indische Leger die al onderscheiden waren met de Militaire Willems-Orde én die zich opnieuw dapper hadden gedragen. Vanaf 1865 konden ook officieren van de Koninklijke Marine en van de schutterij in aanmerking komen voor de Eresabel. Tussen 1855 en 1927 werd de Eresabel 106 maal verleend.
Verschillende uitvoeringen
Van de Eresabel bestaan verschillende uitvoeringen, waarbij die van de Koninklijke Marine hier buiten beschouwing kunnen blijven, omdat ze nooit officieel zijn vastgesteld. De verschillende modellen die bij het KNIL in gebruik zijn geweest, zijn het best te herkennen aan de verschillende opschriften die op de kling staan:
–model 1 (1855-1861) heeft de tekst: KONINKLIJK EEREBLIJK VOOR BETOONDE DAPPERHEID;
–model 2 (1861-1891): KONING WILLEM III / VOOR BETOONDE DAPPERHEID
–model 3 (1891-1898): NAMENS KONINGIN WILHELMINA / VOOR BETOONDE DAPPERHEID
–model 4 (1898-1927): KONINGIN WILHELMINA / VOOR BETOONDE DAPPERHEID
Bovendien hebben de sabels van de drie laatste modellen op de andere zijde van de kling de naam, de datum en de actie waarvoor de betreffende sabels is verleend.
Model 1855
Het gevest van de Eresabel 1855 bestaat uit een zwart hoornen greep, een verguld zilveren, a-jour bewerkte greepkap, bekroond met een leeuwenkop en een pareerstang versierd met een gekroond monogram W in zilver, omgeven met een lauwerkrans. De kling is licht gebogen, heeft een platte rug en is versierd met bladertakken in reliëf.
Dit type Eresabel werd 15 maal uitgereikt. We weten precies welke officieren er tussen 1855 en 1861 een Eresabel ontving. Maar omdat op de sabels geen naam staat, is niet altijd bekend welke Eresabel aan wie werd uitgereikt.
Een anonieme sabel model 1855
In de collectie van het Museum van de Kanselarij der Nederlandse Orden bevindt zich één Eresabel model 1855 waarvan niet bekend is wie de dragers is. De sabel werd in 1959 geschonken door de Amsterdamse firma A. Serné en Zoon, die toneelkostuums en rekwisieten vervaardigde. De Eresabel zit nog in zijn bijbehorende mahoniehouten kist. En juist die kist biedt een aanknopingspunt voor de identificatie van de oorspronkelijke drager. Een minuscuul aanknopingspunt …
Willem Pauwels & Zoon
Ingeplakt aan de binnenkant van de deksel van de kist zit een fraai, gelithografeerd etiket van de leverancier van de sabel, hofleverancier Willem Pauwels & Zoon Fabriekanten van hoeden, verlakt vilt, doek en leder, wapens, knoopen, en militaire equipementen. Tot na 1910 zou de Haagse firma Pauwels Eresabels leveren. Dat de producten van de firma in de smaak vielen, blijkt uit de drie beloningspenningen die Willem Pauwels op het etiket liet afbeelden, beloningspenningen die de firma respectievelijk in 1839, 1855 en 1861 ook daadwerkelijk had ontvangen. De laatste is in dit geval de belangrijkste.
De Algemene Nationale Tentoonstelling van Nijverheid
Van 24 juni tot 11 augustus 1861 organiseerde de Nederlandse Maatschappij ter Bevordering van Nijverheid in Haarlem de algemene nationale tentoonstelling van nijverheid. In datzelfde jaar werden de laatste drie eresabels van het model 1855 uitgereikt. Twee daarvan werden op 18 februari 1861 toegekend, bijna een half jaar vóór het begin van de tentoonstelling. De derde werd op 10 oktober 1861 toegekend aan kolonel Joseph Lambert Desiré de Brabant (1815-1875) voor betoonde dapperheid in de strijd op het Indonesische eiland Seram in 1860. Op dat moment was duidelijk dat de inzending van eene verzameling van prachtwapenen die de firma Pauwels naar de algemene tentoonstelling had ingezonden, in aanmerking zou komen voor een bronzen prijspenning. Die voorwaardelijke toekenning werd op 5 november 1861 omgezet in een definitieve. Het is die penning van de Nederlandse Maatschappij ter Bevordering van Nijverheid die op het etiket prijkt. Het etiket in de kist van de eresabel van kolonel De Brabant.
Bij onderzoek is het eigenlijk net als bij een contract … lees vooral ook de kleine lettertjes.