Piet Spee in Nieuw-Guinea

Dit verhaal valt onder de categorie:
Militaire medailles
Militaire medailles

In de zomer van 1962 krijgt marechaussee Piet Spee op Biak een bijzondere opdracht. Twee Indonesische infiltranten moeten van een schip worden gehaald en overgebracht voor verhoor. Een ontmoeting die hem, net als zijn hele verblijf in Nieuw-Guinea, altijd is bijgebleven.Piet Spee, geboren in 1931 en tegenwoordig woonachtig in Grashoek, verblijft van juli tot november 1962 in Nederlands-Nieuw-Guinea. Hij maakt deel uit van het detachement van de Koninklijke Marechaussee op Biak. Meer dan zestig jaar later bewaart hij nog altijd veel documentatie uit die periode. Ik ben er trots op, schrijft hij over zijn uitzending. Een onvergetelijke tijd.
Op zondag 29 juli 1962 is Piet precies een week op Biak. Aan de tropische warmte begint hij langzaam te wennen. Eenvoudig is dit niet. Het is zo’n benauwde warmte. Altijd het gevoel of er onweer op komst is.

Indonesische infiltranten
Die middag gaat hij samen met chauffeur Fred Spronk en Ad Smulders op patrouille. Hun voornaamste opdracht is bijzonder: twee Indonesische infiltranten ophalen die door de militaire inlichtingendienst moeten worden verhoord. De twee bevinden zich aan boord van de Luninger, die in de haven van Biak ligt. Via een trap dalen de marechaussees af naar de ruimte waar de gevangenen worden vastgehouden. Het blijken een kapitein en een sergeant-majoor te zijn. De kapitein maakt direct indruk op Piet. Hij is vriendelijk, spreekt uitstekend Nederlands en kent zelfs de Nederlandse militaire rangen. Zijn metgezel is heel anders. Hij kijkt de marechaussees nauwelijks aan en blijft stuurs voor zich uit staren. Voordat de twee van boord mogen, worden ze volgens de instructies geblinddoekt en in de handboeien geslagen. Vervolgens brengt Piet hen naar het cellencomplex bij het wachtgebouw van de Koninklijke Marechaussee. Daar ontstaat een onverwacht probleem: de handboeien van de kapitein willen niet meer open. Het sleuteltje werkte van geen kanten.
Pas na het nodige geklooi lukt het om de boeien los te krijgen. Piet noteert droogjes wat de eerste opdracht voor de volgende dag moet worden: Inspectie functioneren handboeien.
Een dag later worden de twee mannen na hun verhoor teruggebracht naar het schip. De handboeien functioneren ditmaal gelukkig wel. Bij het afscheid gebeurt iets wat Piet altijd is bijgebleven. De Indonesische kapitein bedankt de marechaussees voor hun correcte behandeling. Plezierig te ervaren dat ook tijdens deze omstandigheden fatsoensnormen niet uit het oog werden verloren.

Leven op Biak
Het verblijf op Biak bestaat natuurlijk uit meer dan deze ene bijzondere opdracht. Piet arriveert op 22 juli 1962 op Marinekamp Sorido. De tropenzon, enorme regenbuien en benauwde warmte zijn een wereld van verschil met Nederland. De marechaussees rijden patrouilles, houden toezicht op militairen en controleren het militaire verkeer. Piet komt ook in contact met de Papoeabevolking. Op en rond het marinekamp werken ongeveer honderd Papoea’s. Hij herinnert zich hen als sympathieke en intelligente mensen, van wie velen Nederlands spreken.
Dat de situatie in Nieuw-Guinea ondertussen gespannen is, wordt op 2 augustus pijnlijk duidelijk. Tegen middernacht klinkt plotseling het luchtalarm over Biak.
Een angstaanjagend geluid door de duisternis. Is er een Indonesisch vliegtuig gesignaleerd? Zijn er infiltranten? Niemand weet precies wat er gebeurt. Zelfs een KLM-vliegtuig op weg naar Melbourne moet zijn route wijzigen. Enkele uren later wordt het alarm weer ingetrokken. Nieuws uit Nederland is schaars. Een krakende radio van de Radio Omroep Nieuw-Guinea brengt enkele nieuwsbulletins en Nederlandse kranten zijn bij aankomst vaak al meer dan een week oud. Veel belangrijker is daarom de post van thuis, die twee keer per week wordt bezorgd.

Op 10 november 1962 eindigt Piets verblijf in Nieuw-Guinea. Hij keert terug naar zijn werkgever, de Koninklijke Marechausse in Maastricht. Bij aankomst wordt hij hartelijk onthaald door vrienden van de Atletiekvereniging Kimbria. Voor zijn inzet in Nieuw Guinea ontvangt Piet het Nieuw Guinea Herinneringskruis met de gesp 1962. Later wordt Piet voor zijn maatschappelijke inzet benoemd tot lid in de Orde van Oranje Nassau. Zijn documenten en persoonlijke aantekeningen bewaart hij nog altijd. Ze vertellen niet alleen over een belangrijk hoofdstuk uit de Nederlandse geschiedenis, maar vooral over hoe het was om daar als jonge marechaussee middenin te staan.
Meer dan zestig jaar later is de herinnering nog altijd springlevend.

Dit verhaal is gekoppeld aan deze onderscheidingen:

Deel dit item
Stories achtergrond