Voor haar vrouwelijke moed

Dit verhaal valt onder de categorie:
Militaire medailles
Militaire medailles

In haar verzoekschrift aan koning Willem I schreef Margaretha Maria Blommeijer dat zij aan boord van het schip van haar man actif deel genomen had aan de expeditie van het Nederlandsch-Indisch leger tegen Palembang in juni 1821.

De sultan van Palembang

In juni 1819 had de door de Nederlanders afgezette sultan Mohammed Badaruddin II de macht in Palembang in het zuiden van Sumatra weer overgenomen. Een eerste strafexpeditie haalde niets uit, waarna begin mei 1821 een tweede vertrok onder leiding van generaal-majoor De Kock. Na felle gevechten waarbij aan beide zijden veel slachtoffers vielen, gaf de sultan zich op 27 juni 1821 over.

 

De Militaire Willems-Orde

Bij Koninklijk Besluit van 7 mei 1822, nr. 29 werden 11 militairen benoemd of bevorderd tot ridder 3de klasse en 144 militaire tot ridder 4de klasse van de Militaire Willems-Orde. Van negen van hen was op dat moment niet bekend dat zij inmiddels waren overleden. Onder hen was Joannes Boudewijns, schipper van het korvet Zeepaard. Hij had in de gevechten bij Palembang zeer veel moed betoont en zich bijzonder gedistingueerd. Maar op dat moment was Boudewijns niet langer in leven: een half jaar daarvoor was hij op 24 oktober 1821 aan een galziekte overleden.

De weduwe Boudewijns

Militairen beneden de rang van officier die in de Militaire Willems-Orde waren benoemd, ontvingen een riddertoelage. In 1822 bedroeg die fl 176 per jaar. Maar bij overlijden kwam die toelage te vervallen.

Op 26 april 1823 richtte Boudewijns weduwe Margaretha Maria Blommeijer zich met het verzoek tot koning Willem I om de toelage van haar overleden man te mogen ontvangen. De reden voor haar verzoek was een opmerkelijk: zij was namelijk tijdens de actie aan boord geweest en had actief aan de actie deelgenomen. Zij verzocht de koning haar en haaren betoonden vrouwelijken moed te vergelden op eene wijze Uwer Majesteits Koninglijke hart en gevenereerd karakter waardig.

Dat haar aanwezigheid overigens niet eenmalig was, blijkt uit het feit dat haar zoon Joannes Boudewijns jr in 1819 op zee bij Palembang werd geboren.

Het verzoekschrift

Het verzoekschrift belandde op het bureau van kanselier der Militaire Willems-Orde luitenant-generaal Jan Willem Janssens, die onder de indruk was van de dappere weduwe. Hij schreef: indien de Orde ook maar eenig fonds bezat, uit welk ik Uwe Majesteit konde voorstellen eene gratificatie aan de rekestrant toetestaan, zoude ik voorzeker niet aarzelen tot het doen van zoodanig een voorstel overtegaan. Daar stond tegenover dat geen precedent geschept diende te worden. Hij adviseerde daarom de minister van marine onderzoek te laten doen of het verhaal van de weduwe klopte.

De minister meldde de koning dat bij zijn departement geen rapport over het moedige gedrag van de weduwe was ontvangen. Bovendien was zij inmiddels hertrouwd. Zijn eindoordeel luidde dat er geene termen bestaan om haar eene Gratificatie van ’s rijks wege toeteleggen. Of Margaretha Maria Blommeijer het hierbij liet, is niet bekend. Maar het is hoogst twijfelachtig of zij ooit een gratificatie kreeg.

In de ruim 200 jaar dat de MWO bestaat, werden maar twee vrouwen in de orde benoemd: koningin Wilhelmina in 1948 en mevrouw Gemmeke in 1950. Het voorbeeld van Margaretha Maria Blommeijer laat zien dat dat toch echt niet lag aan het feit dat er geen dappere vrouwen waren …

 

Voor een uitgebreidere versie van dit verhaal, zie: R.W. Rijpkema, ‘Voor “haar en haar betoonden moed”’. In: Decorare 43 (juni 2020), 5-6.

Deel dit item
Stories achtergrond

Bijzondere mensen, opvallende verhalen