Dit verhaal valt onder de categorie:
1939-1945 (WO II)
1939-1945 (WO II)

Vergaan in de Javazee

Eind februari 1942 deed een geallieerd eskader een ultieme poging om de landing van Japanse troepen op Java tegen te houden. Op 27 februari 1942 stuitten zij in de Javazee op de Japanse invasievloot.

Combined Striking Force

De geallieerde Combined Striking Force bestond uit 5 kruisers en 9 torpedobootjagers, waarvan 5 uit de VS, 4 uit Nederland, 4 Britse en 1 Australische. Het geallieerde eskader stond onder bevel van de Nederlandse schout-bij-nacht Karel Doorman.

Numeriek gezien ontliepen de beide eskaders die in de Javazee strijd leverden elkaar niet veel, maar de Japanse schepen beschikten over veel zwaardere wapens. Daardoor was de vuurkracht van het Japanse eskader vele malen groter. Daarnaast bleek de luchtsteun die de Japanse schepen ontvingen, veel effectiever.

Eugène Lacomblé

Nadat Eugène Lacomblé in 1914 zijn HBS diploma had behaald, begon hij aan een officiersopleiding aan het Koninklijk Instituut voor de Marine in Den Helder. In 1917 vertrok hij naar Nederlands-Indië. Hij maakte carrière binnen de rangen van de Koninklijke Marine. Kort voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog werd hij bevorderd tot kapitein-luitenant ter zee. En toen vanaf eind 1941 ook in Nederlands-Indië de oorlogsvoorbereidingen begonnen, werd Eugène Lacomblé aangesteld als commandant van de kruiser Hr. Ms. De Ruyter.

De slag in de Javazee

Nog voordat de slag in de Javazee echt losbrandde, had de geallieerde vloot al de nodige klappen gekregen. Twee torpedobootjagers waren al in de middag door de Japanners tot zinken gebracht. Een derde raakte zwaar beschadigd en moest onder escorte van een van de andere torpedobootjagers terug naar Soerbaja.

In de avond werd het allemaal nog veel erger. De tweede Britse torpedobootjager liep op een mijn, terwijl ook de derde met overlevenden van een van de gezonken schepen terug moest naar Soerabaja. En ook de Amerikaanse torpedobootjagers moesten terug om munitie en brandstof in te nemen.

Kort voor middernacht gaf Doorman het bevel All ships … follow me, dat in een wat kromme Nederlandse vertaling werd verbasterd tot Ik val aan … volg mij. Maar de geallieerde schepen waren geen partij voor de Japanners. De kruisers De Ruyter en Java werden tot zinken gebracht en de andere schepen slaagden er maar ternauwernood in een goed heenkomen te vinden.

Postuum onderscheiden

De De Ruyter werd midscheeps door een Japanse torpedo getroffen. Lacomblé gaf zijn bemanning opdracht het schip te verlaten. Samen met schout-bij-nacht Doorman bleef hij aan boord van het zinkende schip. De slag in de Javazee kostte aan meer dan 1.000 zeelieden het leven. Daaronder 915 Nederlanders.

Eugène Lacomblé werd bij Koninklijk Besluit van 28 mei 1949, nr. 31, postuum benoemd tot ridder 4de klasse van de Militaire Willems-Orde.

 

Ter nagedachtenis aan de Nederlandse slachtoffers werd in 1954 op de erebegraafplaats van Soerabaja het Karel Doorman-monument onthuld. De Oorlogsgravenstichting liet op de achterkant bronzen platen aanbrengen met de persoonsgegevens van de Nederlandse slachtoffers. Daaronder ook de naam van Eugène Edouard Bernard Lacomblé.

Dit verhaal is gekoppeld aan deze onderscheiding:

Deel dit item
Stories achtergrond