Een uitzonderlijk onderscheiden Canadese veteraan

Dit verhaal valt onder de categorie:
1939-1945 (WO II)
1939-1945 (WO II)
Tussen Tito’s partizanen bevond zich een opvallende figuur: een Canadese officier die duizenden kilometers van huis terechtkwam in een guerrillaoorlog op de Balkan. Vanuit het verborgen partizanencentrum Base 20 hielp hij het verzet tegen de Duitse bezetter organiseren. Zijn naam was William Jones. Wat begon als een verbindingsmissie groeide uit tot een uitzonderlijke rol binnen een van de meest succesvolle verzetsbewegingen van de Tweede Wereldoorlog.
Een verborgen wereld in de bossen van Slovenië
Verborgen tussen de uitgestrekte bossen van het huidige Slovenië lag tijdens de Tweede Wereldoorlog Base 20, het geheime hoofdkwartier van Tito’s partizanen. Het complex bestond uit gecamoufleerde houten gebouwen die via smalle bospaden met elkaar verbonden waren. Vanuit deze vrijwel onvindbare locatie werden militaire operaties voorbereid, contact onderhouden met de geallieerden en gezochte personen verborgen gehouden voor de Duitse bezetter. In deze afgelegen wereld arriveerde William Jones in 1943 als vertegenwoordiger van de Britse Special Operations Executive (SOE). Na een parachutesprong boven bezet gebied wist Jones niet waar hij terecht zou komen. In het donker werd hij via boswegen, bergpaden en verborgen wachtposten steeds dieper het binnenland in geleid. Pas uren later verscheen tussen de bomen een geheim partizanenhoofdkwartier. Hier begon zijn missie in het verborgen partizanennetwerk dat bekend stond als Base 20.
Jones was geen jonge officier, maar een veteraan uit de Eerste Wereldoorlog die tweemaal was onderscheiden met de Distinguished Conduct Medal, een hoge dapperheidsonderscheiding die slechts één stap onder het Victoria Cross stond. Tijdens gevechten in de Eerste Wereldoorlog had hij bovendien zijn linkeroog verloren.
Meer dan een verbindingsofficier
Na een speciale opleiding in Egypte werd Jones ingezet als verbindingsofficier tussen de geallieerden en Tito’s partizanen. Zijn officiële taak was het verzamelen van inlichtingen, het onderhouden van communicatieverbindingen. In de praktijk raakte hij echter steeds nauwer betrokken bij de guerrillaoorlog die vanuit Base 20 werd geleid. Tijdens zijn verblijf maakte Jones van dichtbij mee hoe partizaneneenheden Duitse offensieven afsloegen en spoorlijnen, bruggen en treinen vernietigden om de bevoorrading van de bezetter te ontregelen.
Jones ondersteunde sabotageacties tegen Duitse doelen en pleitte voortdurend voor extra wapens, materieel en voorraden voor het partizanenleger. Zijn inzet maakte indruk op de verzetsstrijders met wie hij samenwerkte. Tegelijkertijd leidde zijn actieve betrokkenheid tot bezorgdheid bij zijn superieuren in Caïro en Londen, die hem liever als waarnemer dan als deelnemer zagen. Daarnaast namen de Duitse autoriteiten hem serieus genoeg om een beloning van 50.000 Reichsmark uit te loven voor zijn gevangenneming, dood of levend.

Erkend door Tito, vergeten door zijn land
Na twaalf maanden bij de partizanen keerde Jones terug naar Groot-Brittannië. Ondanks zijn inzet vanuit Base 20 en zijn bijdrage aan de samenwerking tussen de geallieerden en het Joegoslavische verzet ontving hij hiervoor geen Britse of Canadese onderscheiding.
De waardering kwam uit een andere richting. Maarschalk Tito onderscheidde hem na de oorlog met de Orde van de Joegoslavische Vlag met Gouden Krans, de Orde voor Moed en de Orde van Verdienste voor het Volk met Gouden Ster. Daarmee voegde Jones drie hoge Joegoslavische onderscheidingen toe aan de twee Distinguished Conduct Medals die hij al tijdens de Eerste Wereldoorlog had ontvangen.
Toen hij in 1969 overleed, werd hij begraven nabij zijn woning in Ontario. Jaren later plaatsten Joegoslavische veteranen en immigranten een gedenksteen op zijn graf. De inscriptie beschrijft hem als een grote vriend van de volkeren van Joegoslavië, een passende herinnering aan een Canadese officier die een bijzondere plaats verwierf in de geschiedenis van Base 20 en Tito’s partizanen.
Jones legde zijn ervaringen vast in het boek Twelve Months with Tito’s Partisans. Dit memoir is tegenwoordig digitaal online raadpleegbaar.
Deel dit item
Stories achtergrond

Bijzondere mensen, opvallende verhalen