Twee Britse waarnemers bij het KNIL

Dit verhaal valt onder de categorie:
Dapperheid
Dapperheid
William Lockhart waarnemer-strijder Atjeh
Arthur Power Palmer waarnemer-strijder Atjeh

Captain Lockhart van de British Indian Army zou zich graag bij het KNIL aansluiten als er zich vijandelijkheden voordoen. Met dat verzoek stemde gouverneur-generaal Van Lansberge in. Naast Lockhart zou ook zijn landgenoot captain Palmer enkele maanden bij het Koninklijk Nederlands Indisch Leger dienen.

Waarnemers

In de 19de eeuw was het heel gebruikelijk om militaire waarnemers naar andere landen uit te zenden. Nederlands-Indië en het KNIL waren erg in trek bij landen als Engeland, Duitsland, Frankrijk en Japan. Dat gold vooral voor het noorden van Sumatra, waar in 1873 de Atjeh-oorlog was uitgebroken.

William Stephen Alexander Lockhart (1841-1900) en Arthur Power Palmer (1840-1904) kwamen op 19 november 1876 in de haven van Kota Radja aan, het huidige Banda Aceh. Lockhart zou vier maanden blijven, Palmer bijna een heel jaar. En wat vijandelijkheden betreft … ze vielen met hun neus in de boter.

Meer dan waarnemers alleen

In het begin was het relatief rustig, maar aan het einde van januari 1877 laaide de strijd in het noordoosten van Atjeh op. Lockhart en Palmer waren niet alleen maar waarnemers, maar namen actief aan de strijd deel. Zo behoorden zij tot de eersten die de versterking van Lambadak binnendrongen. Lockhart raakte bij Sigli gewond aan zijn been en moest terug naar India, maar Palmer bleef nog en nam in juli deel aan acties tegen Simpang Olim en in augustus en september aan acties tegen Samalangan.

Onderscheidingen

Een aantal Nederlandse stafofficieren die in dezelfde periode onder soortgelijke omstandigheden hadden gediend, ontvingen voor hun inzet onderscheidingen. Het is dan ook niet raar dat de commandant van het Nederlandsch-Indisch Leger, Karel van der Heijden, in januari 1878 ook Lockhart en Palmer voordroeg voor een Militaire Willems-Orde. Maar de autoriteiten in Groot-Brittannië waren geen voorstander van het verlenen van buitenlandse dapperheidsonderscheidingen aan Britse onderdanen. Daarom werd de voordracht niet doorgezet. Wat wel mogelijk was, was de verlening van het Kruis voor Belangrijke Krijgsverrichtingen. Beide Britse officieren ontvingen die onderscheiding.

Carrière

Lockhart en Palmer zouden carrière maken in het leger. Beiden ontvingen hoge Britse onderscheidingen en werden in de adelstand verheven. Sir William Lockhart werd in 1898 ‘commander in chief’ van de British Indian Army. Sir Arthur Power Palmer volgde hem in 1900 op.

In de 19de eeuw was het uitwisselen van waarnemers heel gebruikelijk. Maar de scheidslijn tussen waarnemen en deelnemen was een heel dunne.

 

Voor een uitgebreidere versie van dit verhaal, zie: R.W. Rijpkema, ‘Britse officieren voorgedragen voor de Militaire Willems-Orde. In: Decorare 42 (december 2019), 5-7.

Met dank aan Rogier Rijpkema.

Deel dit item
Stories achtergrond