Een laatste missie boven Biak

Dit verhaal valt onder de categorie:
na 1945 (heden)
na 1945 (heden)

Nog één oefenvlucht. Zoals zo vaak stapte Rinus van de Wiel die avond aan boord van een Dakota van de Marine Luchtvaartdienst voor een vlucht boven de kust van Nederlands Nieuw-Guinea. Niemand kon vermoeden dat enkele minuten later een brandende parachutefakkel een einde zou maken aan het leven van vijf jonge militairen.

Zijn verhaal speelt zich af in Nieuw-Guinea, duizenden kilometers van Nederland, waar de spanningen begin jaren zestig steeds verder opliepen.

Een gespannen strijd in Nieuw-Guinea

Begin jaren zestig stond Nederlands Nieuw-Guinea onder Nederlands bestuur. De relatie met Indonesië verslechterde steeds verder, terwijl infiltranten vanuit zee het gebied binnendrongen om de Nederlandse aanwezigheid te ondermijnen. De uitgestrekte kustlijn moest daarom voortdurend in de gaten worden gehouden.

De Marine Luchtvaartdienst speelde daarin een belangrijke rol. Dag en nacht werden verkenningsvluchten uitgevoerd om verdachte activiteiten langs de kust op te sporen. Vooral tijdens de nachtelijke missies werden parachutefakkels gebruikt om de kustlijn tijdelijk te verlichten, zodat de bemanning vanuit de lucht de omgeving kon controleren.

Een opdracht die fataal afliep

Boordkonstabel Rinus van de Wiel maakte deel uit van de bemanning van Dakota 079. Samen met gezagvoerder Benno Smits, tweede vlieger Rein Mulder en boordwerktuigkundigen Gerrit Bontius en Frits Immers vertrok hij op 2 januari 1961 voor een nachtelijke oefenvlucht.

De Dakota’s waren niet ontworpen voor het afwerpen van parachutefakkels. Omdat een speciaal uitwerpsysteem ontbrak, werden de fakkels via de geopende zijdeur met de hand naar buiten geworpen. Het was een nauwkeurige taak die grote concentratie vroeg van de bemanning.

De eerste vier fakkels werden zonder problemen afgeworpen. Bij de vijfde ging het mis.

De flare ontbrandde al in het vliegtuig. Hoewel de bemanning erin slaagde de brandende fakkel alsnog buiten het toestel te krijgen, bleef de parachute aan het vliegtuig hangen. Ooggetuigen zagen een felle oranje gloed en een rookspoor achter de Dakota verschijnen. Enkele seconden later verloor het toestel de controle en stortte het neer in zee, vlak voor de kust van Biak.

Rinus van de Wiel behoorde tot de drie bemanningsleden die nog diezelfde avond werden gevonden. Hij werd slechts 28 jaar oud. De andere twee bemanningsleden verdwenen samen met het wrak in zee.

Een sculptuur als blijvende herinnering

Voor de nabestaanden van Rinus van de Wiel werd een bijzondere sculptuur gemaakt, ontworpen door kunstenaar Ad Haring. Het kunstwerk vertelt zonder woorden een verhaal van kameraadschap, verlies en blijvende herinnering.

Aan de voorzijde staan vier anonieme militairen dicht naast elkaar. Zij verbeelden de verbondenheid van militairen die samen één taak uitvoeren en op elkaar moeten kunnen vertrouwen. Tussen hen staat één figuur in een afwijkende kleur. Daarmee krijgt juist die ene militair een bijzondere plaats binnen de groep.

Wie om de sculptuur heen loopt, ontdekt een tweede betekenis. De ene militair heeft zich losgemaakt van de anderen en zijn schouder draait van de vlag weg. De gezamenlijke opdracht maakt plaats voor stilte en gemis. De figuren hebben bewust geen gezicht. Daardoor vertegenwoordigen zij niet alleen Rinus, maar ook alle militairen die tijdens hun dienst het hoogste offer brachten.

Door de persoonlijke gravering krijgt de sculptuur een naam. Zo is het niet alleen een kunstwerk, maar vooral een tastbare herinnering aan Rinus van de Wiel. Zijn verhaal staat symbool voor de inzet van vijf jonge militairen die op 2 januari 1961 hun opdracht uitvoerden en nooit meer terugkeerden. De sculptuur houdt hun herinnering levend en laat zien dat achter iedere naam een mens schuilgaat die niet vergeten mag worden.

Dit verhaal is gekoppeld aan deze onderscheiding:

Deel dit item
Stories achtergrond