Een kleuter met de Orde van de Kousenband

Dit verhaal valt onder de categorie:
1500-1795 (Ancien Régime)
1500-1795 (Ancien Régime)

Een kleuter met de Orde van de Kousenband

In 1752 maakte de Amsterdamse medailleur Holtzhey een penning op de benoeming van prins Willem V in de Engelse Orde van de Kousenband. Holtzhey beeldde de jonge prins op de voorkant van de penning af als ridder in de Orde van de Kousenband. Maar met het portret is van alles aan de hand.

De Meest Edele Orde van de Kousenband

De Orde van de Kousenband werd in 1349 gesticht door de Engelse koning Edward III. Het is de oudste nog bestaande orde ter wereld. Daarbij is het een van de meest prestigieuze ridderorden, die in de ruim 650 jaar van zijn bestaan slechts aan 1.035 personen werd uitgereikt. Prins Maurits was in 1613 de eerste Oranje die in de orde werd opgenomen. Na hem volgenden alle regerende Oranjes, met uitzondering van koning Willem II.

Willem V

Willem V had net een week eerder zijn vierde verjaardag gevierd, toen hij op 13 maart 1752 tot ridder in de Orde van de Kousenband werd benoemd. De daadwerkelijke opname in de orde, die investituur wordt genoemd, vond plaats op 5 juni van dat jaar. Op Huis ten Bosch, in de Oranjezaal. Tijdens de investituur ontving de jonge prins de benoemingsbrief van de Engelse koning, de statuten van de orde, de gouden keten, de borstster en het kostuum dat de ridders bij plechtigheden droegen.

Het portret

De Amsterdamse medailleur Holtzhey beeldde de vierjarige prins af in het ordekostuum. Maar uit een ooggetuigenverslag blijkt dat Willem V het tijdens de plechtigheid om sijn jonckheijd helemaal niet droeg. En als we goed kijken naar het portret dan blijkt er toch wel heel veel mis. Zo draagt de prins zowel de keten als ook het lint van de orde, versierselen die in werkelijkheid nooit samen worden gedragen. En dan de hoed: deze heeft wel veren, maar die lijken in de verste verte niet op de struisvogelveren en de reigerpluim die op de hoed van het ordekostuum worden gedragen. En ook de vorm wijkt volledig af. De conclusie is duidelijk: Joan George Holtzhey zag de prins nooit met eigen ogen in het ordekostuum.

Een aanwijzing hoe hij zijn afbeelding componeerde, biedt het golvende kraagje dat ook beslist geen onderdeel uitmaakte van het ordekostuum. Op verschillende jeugdportretten draagt de prins dergelijke kanten kraagjes. Bijvoorbeeld op het portret dat Frans de Bakker na de installatie in 1752 maakte. Holtzhey zal een dergelijke prent als voorbeeld hebben genomen. De rest ontsproot aan zijn eigen fantasie.

Nog steeds is de investituur van een buitenlandse vorst in de Orde van de Kousenband internationaal nieuws. Daar hoort beeld bij. En als dat er niet is, dan maak je het!

 

© de penning maakt deel uit van de verzameling van de Stichting tot Instandhouding van het Museum van de Kanselarij der Nederlandse Orden, de prenten en de tekening van die van het Rijksmuseum Amsterdam

Deel dit item
Stories achtergrond