De Vaardigheidsmedaille van het Koninklijk Nederlandsch-Indisch Leger is ingesteld als beloning voor degenen die hebben voldaan aan de vaardigheidsproef van het Koninklijk Nederlandsch-Indisch Leger.
| Begindatum | 1919 |
|---|---|
| Einddatum | 1951 |
| Opschriften | voorzijde: VOOR VAARDIGHEID; keerzijde: N.I.L. |
| Afmetingen [breedte] | 41 mm |
| Materiaal | goud; zilver; brons |
| Aantal |
| Instellingsbesluit | besluit gouverneur-generaal, 17 november 1919 |
|---|---|
| Aanvullingen | |
| Doel | ingesteld als beloning voor degenen die hebben voldaan aan de vaardigheidsproef van het Koninklijk Nederlandsch-Indisch Leger. |
| (Historische) context | |
| Vervaardiger | Koninklijke Begeer; D. Scholtus; W. Endeman |
| Literatuur | Orders and Decorations of the Netherlands, 143-144 |
| Opmerking | Bij de eerste verlening ontvangt men de medaille in brons. Bij een tweede verlening ontvangt men een bronzen cijfer 2 dat op het lint van de bronzen medaille gedragen wordt. Bij de derde verlening ontvangt men de medaille in zilver. Bij de vierde verlening ontvangt men een zilveren cijfer 4, dat op het lint van de zilveren medaille gedragen wordt. Bij de vijfde verlening ontvangt men een gouden medaille. Voor alle verdere verleningen ontvangt men het betreffende cijfer in goud. |
| Geheel | |
|---|---|
| Deel | |
| Toevoegingen | herhalingsgespen |