Het ordeteken is ingesteld om te worden gedragen door leden van de Orde.
De edel-expectanten worden beschouwd als adspirant-leden van de Orde, zonder het recht om te zijner tijd in de Orde opgenomen te worden. Een meerderjarige edel-expectant van onberispelijk gedrag en lid zijnde van een protestants-christelijk kerkgenootschap, kan met toestemming van het Kapittel der Orde en na verkregen goedkeuring van de Monarch, als ridder-expectant in de Orde worden opgenomen. Vanuit de ridder-expectanten worden de leden van het Kapittel gekozen. Het Kapittel bestaat uit een Landcommandeur (hoofd van de Orde), een Coadjutor (plaatsvervangend hoofd), tien Commandeurs (ieder met een Commenderij onder zich) en een à twee kapittel-ridders. Het Kapittel krijgt ondersteuning van een secretaris en een rentmeester-generaal.
| Begindatum | 1637 |
|---|---|
| Einddatum | |
| Opschriften | |
| Afmetingen [breedte] | |
| Materiaal | |
| Aantal |
De edel-expectanten worden beschouwd als adspirant-leden van de Orde, zonder het recht om te zijner tijd in de Orde opgenomen te worden. Een meerderjarige edel-expectant van onberispelijk gedrag en lid zijnde van een protestants-christelijk kerkgenootschap, kan met toestemming van het Kapittel der Orde en na verkregen goedkeuring van de Monarch, als ridder-expectant in de Orde worden opgenomen. Vanuit de ridder-expectanten worden de leden van het Kapittel gekozen. Het Kapittel bestaat uit een Landcommandeur (hoofd van de Orde), een Coadjutor (plaatsvervangend hoofd), tien Commandeurs (ieder met een Commenderij onder zich) en een à twee kapittel-ridders. Het Kapittel krijgt ondersteuning van een secretaris en een rentmeester-generaal.
| Instellingsbesluit | |
|---|---|
| Aanvullingen | |
| Doel | |
| (Historische) context | Deze orde stamt af van de ridders die in de 14e en 15e Eeuw de Pruissiche en Baltische staten bezetten. In 1525 werd de Orde, dankzij de Reformatie in twee takken opgesplitst: een Katholieke en een Protestantse. De Katholieke tak bestaat tegenwoordig alleen nog in Oostenrijk en de Protestantse tak leeft alleen nog voort in de in 1637 in Nederland opgerichte Ridderlijke Duitsche Orde, Balije van Utrecht. De overige Balijes en Commenderijen zijn door keizer Napoleon opgeheven of onderdrukt. Ook de Balije van Utrecht werd in 1810 door Napoleon opgeheven, doch in 1815 weer door Koning Willem I opnieuw leven ingeblazen. De Koning accepteerde, om politieke redenen, echter niet de titel van Grootmeester, daar hij daarmee mogelijk de Oostenrijkse keizer, die Grootmeester van de veel oudere Katholieke tak was, zou kunnen beledigen. Wel stelde hij de Orde onder zijn bescherming, en tot de dag van vandaag worden benoemingen in de Orde krachtens Koninklijk besluit bevestigd. |
| Vervaardiger | |
| Literatuur | Orders and Decorations of the Netherlands, 38 |
| Opmerking |
| Geheel | |
|---|---|
| Deel | |
| Toevoegingen |