De Medaille van de Zuid-Hollandsche Maatschappij tot Redding van Schipbreukelingen is ingesteld als beloning voor het verrichten van reddingen en voor trouwe dienst jegens de Maatschappij.
| Begindatum | 1838 |
|---|---|
| Einddatum | 1991 |
| Opschriften | voorzijde: ZUID-HOLLANDSCHE MAATSCHAPPY TOT REDDING VAN SCHIPBREUKELINGEN TE ROTTERDAM.; gesp: ZHMtrvS |
| Afmetingen [breedte] | 54 mm, 45 mm |
| Materiaal | goud; zilver; brons |
| Aantal |
| Instellingsbesluit | |
|---|---|
| Aanvullingen | |
| Doel | Ingesteld als beloning voor het verrichten van reddingen en voor trouwe dienst jegens de Maatschappij. |
| (Historische) context | Op 23 mei 1991 gingen de Koninklijke Zuid-Hollandsche Maatschappij tot Redding van Schipbreukelingen en de Koninklijke Noord- en Zuid-Hollandse Redding Maatschappij op in de Koninklijke Nederlandse Redding Maatschappij. |
| Vervaardiger | Berliner Medaillen Münze G.B. Loos; Anton Friedrich König; Charles Rochussen; ”s Rijks Munt; David van der Kellen (II) |
| Literatuur | Orders and Decorations of the Netherlands, 133 |
| Opmerking | De Medaille van de Koninklijke Zuid-Hollandsche Maatschappij tot Redding van Schipbreukelingen werd tussen 1838 en 1842 uitgereikt als legpenning van 54 mm in goud en in zilver, en vanaf 1842 ook in brons. In datzelfde jaar 1842 werd ook een kleinere legpenning van 45 mm ingesteld, die ook in goud, zilver en brons werd uitgereikt. Op de keerzijde werd de naam van de ontvanger en de datum van verlening gegraveerd. Sinds 1890 zijn de grote én kleine medailles draagbaar en worden legpenningen alleen nog uitgereikt voor verdienste jegens de Maatschappij. |
| Geheel | |
|---|---|
| Deel | |
| Toevoegingen | herhalingsgespen |