Koninklijke Ereprijs voor Schietwedstrijden

Vaardigheid
1815–1914 (Moderne tijd tot WO I)
1914-1918 (WO I)
1918–1939 (Interbellum)

De Koninklijke Ereprijs voor Schietwedstrijden werd ingesteld ter bevordering van de vrijwillig oefening in het schieten met handvuurwapens onder de bevolking en onder die delen van de krijgsmacht die niet onder de wapenen waren.

Algemeen
+
Begindatum1902
Einddatum1926
Opschriftenvoorzijde: WILHELMINA KONINGIN DER NEDERLANDEN; keerzijde: KONINKLIJKE EEREPRIJS VOOR SCHIETWEDSTRIJDEN
Afmetingen [breedte]28 mm
Materiaalgoud; verguld zilver; zilver; brons
Aantal

Achtergrond
+
InstellingsbesluitKoninklijk Besluit, 5 februari 1902
AanvullingenKoninklijk Besluit, 12 april 1926
DoelIngesteld ter bevordering van de vrijwillig oefening in het schieten met handvuurwapens onder de bevolking en onder die delen van de krijgsmacht die niet onder de wapenen waren.
(Historische) context
Vervaardiger’s Rijks Munt; Johannes Cornelis Wienecke
LiteratuurOrders and Decorations of the Netherlands, 135-136
OpmerkingDe Koninklijke Ereprijs voor Schietwedstrijden werd uitgereikt in goud (verguld zilver), zilver en brons. Aan burgers werd de onderscheiding verleend met een gesp van hetzelfde metaal als de medaille met het opschrift: ALLEN WEERBAAR.

Onderdeel
+
Geheel
Deel
Toevoegingen

Deel dit item