De Atjeh-medaille werd in 1874 gesticht als herinnering voor de deelnemers aan de expedities in Atjeh in 1873 en 1874.
| Begindatum | 1874 |
|---|---|
| Einddatum | |
| Opschriften | voorzijde: WILLEM III KONING DER NEDERLANDEN G.H.V.L.; keerzijde: Atjeh 1873-1874 |
| Afmetingen [breedte] | 36 mm |
| Materiaal | verguld brons |
| Aantal |
| Instellingsbesluit | KB 12 mei 1874, nr. 9 |
|---|---|
| Aanvullingen | KB 28 augustus 1874, nr. 3; KB 24 april 1875, nr. 16 |
| Doel | voor de deelnemers aan de beide expedities op Atjeh in april 1873 en december 1873-januari 1874 waarbij het paleis (kraton) van de Atjeehse krijgsheer Tiban Mohammed werd ingenomen |
| (Historische) context | in januari 1873 had Tjaban Mohammed, beheerder van de havenrechten (sjabander) van Atjeh, gesprekken aangeknoopt met de consuls van de Verenigde Staten en Italië over de handel op Sumatra. Dit was voor het koloniale bewind de aanleiding om troepen naar Atjeh te sturen. |
| Vervaardiger | Jacob Samuel Cohen Elion |
| Literatuur | Orders and Decorations of the Netherlands, 73-74 |
| Opmerking | De Atjeh-medaille wordt ook wel Kraton-medaille genoemd. De medailles zijn geslagen van op Atjeh buitgemaakt geschut. In eerste instantie werd de medaille gedragen aan een oranje lint. Bij KB van 24 april 1875, nr. 16 werd dat vervangen door een blauw lint. |
| Geheel | |
|---|---|
| Deel | |
| Toevoegingen | geen |