Corstiaan de Haan

Vanaf wanneer houd je je actief bezig met ridderorden en onderscheidingen?

Ik houd mij sinds 2004 intensief en beroepsmatig bezig met ridderorden en onderscheidingen. Maar ik heb er altijd veel belangstelling voor gehad.

Wat is de reden/aanleiding om je bezig te houden met ridderorden en onderscheidingen?

Ik heb tot mijn vijfde in Wageningen gewoond en daarna in Renkum. Als je daar de Telefoonweg uitliep, stond je bijna meteen op de landingsplekken van de Slag om Arnhem. En in Wageningen had je de jaarlijks terugkerende veteranenmanifestaties. Daar waren militairen die prachtige onderscheidingen droegen. Met een aantal heb ik zelfs nog een tijd lang gecorrespondeerd.

Ook heb ik een jaar of vijf à zes als vrijwilliger bij het Airborne Museum gewerkt. Dat was heel leuk. In die tijd werd je nog veel ingezet, bij voorbeeld voor restauratiewerkzaamheden of het onderhoud van kanonnen. Het was toen ook de tijd dat veel oorlogsveteranen al op leeftijd waren en hun medaillesets aan het museum afstonden. Dat maakte het heel persoonlijk: je hoorde de verhalen van de mensen zelf.

Vanaf 2004 werd de commissie dapperheidsonderscheidingen gereactiveerd. Als hoofd algemene zaken en protocol kreeg ik er zitting in. Ik herinner me nog de allereerste vergadering in de toenmalige Julianakazerne.

Nu heb ik een dubbele taak: ik ben coördinator en adviseur decoratiebeleid bij Defensie (66%) en tevens voorzitter van de commissie vaandels en standaarden (33%).

Wat is je interessegebied?

Ik verzamel geen onderscheidingen. Maar ik heb er wel een aantal. Zo heb ik bij voorbeeld het Nieuw-Guineakruis van mijn commandant bij de mariniers. Dat zijn onderscheidingen die mij dierbaar zijn vanwege de herinnering aan de mensen van wie ze zijn geweest en aan hetgeen zij hebben gedaan. Als ik interessegebieden zou moeten noemen, dan zijn dat campaign medals en dapperheidsonderscheidingen. Voor mij gaat het om de achterliggende verhalen: bij campaign medals gaat het om operationele inzet onder vaak heel zware omstandigheden.

Bij dapperheidsonderscheidingen gaat het om persoonlijke moed. Er is wel discussie over de vraag of militairen alleen in aanmerking zouden moeten komen voor een dapperheidsonderscheiding als hun optreden invloed heeft gehad op de uitkomst van een

operatie. Ik vind dat niet. Er zijn legio voorbeelden van dapperheid en enorme inzet, waarbij geen enkele sprake is geweest van enige invloed op het verloop van een operatie. Maar moed is moed! Kijk bij voorbeeld naar David Lord en John Daniel Baskeyfield, twee militairen die in de slag om Arnhem vochten. Lord dropte met zijn vliegtuig proviand voor de troepen op de grond, ondanks dat zijn vliegtuig in brand stond. En Baskeyfield bleef de Duitse troepen beschieten ofschoon hij zwaard gewond was. Beiden overleefden hun optreden niet en kregen postuum het Victoria Cross. Hun optreden had geen invloed op de strijd, maar zij waren beiden ongelofelijk dapper.

Heb je zelf ridderorden of onderscheidingen?

Ja, in ben ridder in de Orde van Oranje-Nassau en heb het erekruis in de Huisorde van Oranje.

De eerste kreeg ik voor inzet in mijn werk die verder ging dan wat verwacht kon worden. Zo heb ik de MH-17-ceremonie uitgewerkt en ben ik betrokken geweest bij de inhuldigingsceremonie van Willem-Alexander in 2013 -dat laatste al een jaar van tevoren, zonder dat op dat moment de exacte datum bekend was. Ook heb ik meegewerkt aan de herdenking 200 jaar landmacht. En ik ben ook betrokken geweest bij de herbegrafenissen van gesneuvelde militairen b.v. op het militaire kerkhof van Loenen. Lange tijd werd in Nederland namelijk weinig gedaan aan eerbetoon bij herbegrafenissen van Nederlandse gevallenen; dat is nu gelukkig anders.

De Huisorde kreeg ik omdat ik 25 jaar lang betrokken ben geweest bij het Cavalerie Ere-escorte en omdat ik ongeveer even lang adviseur was voor het Militaire Huis van de Koning. Iets wat ik overigens nog steeds doe.

Daarnaast heb ik ook medailles voor mijn uitzending naar Bosnië (HVO-HIM en NAVO-medaille) en de US Army Commendation Medal. Met het verstrijken van de jaren merk ik dat ik er meer aan ben gaan hechten. Het waren bijzondere periodes: zo vielen er aan onze kant twee doden en heb ik ook de bergingsactie van een Kroatische militair meegemaakt.

Wat is je favoriete onderscheiding en waarom?

Dat is de Militaire Willems-Orde. Om verschillende redenen vind ik dat een heel bijzondere orde:

  • het is de eerste en oudste ridderorde van het Koninkrijk der Nederlanden.
  • ik vind het versiersel van de orde erg mooi en de achterliggende symboliek spreekt mij erg aan.
  • en ik vind de verhalen van dapperheid en inzet heel bijzonder.

Welke ridderorde of onderscheiding zou je zelf graag ooit willen ontvangen?

Gelet op het voorgaande uiteraard de Militaire Willems-Orde. Maar daarnaast ook de Orde van het Legioen van Eer van Frankrijk. Dat vind ik ook een heel bijzondere onderscheiding, al vrees ik dat ik er niet voor in aanmerking zal komen.

Wie verdient er volgens jou een lintje?

Ik vind het lastig om een persoon te noemen, maar ik vind een aantal criteria van belang. Op dit moment ben ik bezig met twee voordrachten en ook in het verleden heb ik verschillende mensen voorgedragen. Daarbij heb ik altijd de volgende criteria van belang gevonden:

  • naast uiteraard de verdienste, vind ik bescheidenheid ook erg belangrijk. Mensen die in de schaduw hun werk doen. Die zich niet op hun borst kloppen.
  • en inzet. Mensen die door blijven gaan, daar waar anderen misschien afhaken.
  • en tenslotte kwaliteit: mensen die secuur hun werk doen.

Zijn er nog andere zaken die je wilt noemen of die aandacht vragen?

In Nederland is het Ministerie van Binnenlandse Zaken verantwoordelijk voor het decoratiestelsel. Maar Defensie heeft daarin een eigen plek. De aard van de werkzaamheden, de ervaringen die medewerkers opdoen en de opofferingen waaraan zij onderworpen kunnen zijn, zijn van een heel andere orde. Erkenning en waardering zijn daarbij sleutelwoorden. Maar Defensie is het aan zichzelf verschuldigd om zijn decoratiestelsel op orde te hebben. Mijn ervaring is dat zaken vaak op een veel te ambtelijk manier worden afgehandeld.

Ik ben betrokken bij de ICDO, de interim commissie dapperheidsonderscheidingen, een soort cold-case team dat opnieuw kritisch kijkt naar zaken uit het verleden. Als zaken niet goed afgehandeld worden of blijven liggen, dan heeft dat een enorme impact op de betrokkenen. Kijk bij voorbeeld naar het geval van korporaal Slager (postuum toegekend Bronzen Kruis voor het redden van gewonden in Korea 1951). Of naar het gewonden-insigne. Ik heb ook 10 jaar in die commissie gezeten. Als er dingen blijven liggen, dan is dat een ereschuld. Ik wil er graag aan bijdragen om hierin verbetering te brengen.

Nu hanteren we een termijn van 10 jaar, waarna zaken verjaren. Die termijn is ingesteld omdat het geheugen met het verstrijken van de tijd minder accuraat wordt en het moeilijker wordt om getuigen te vinden en getuigenissen op te tekenen. Maar het zou m.i. beter zijn om de termijn op een andere manier te hanteren: dat de vastlegging van getuigenissen e.d. plaats moet hebben gevonden binnen 10 jaar na het gebeuren.

Aan welke Nederlandse onderzoeker, verzamelaar of betrokkene zou je het stokje over willen dragen?

Ik zou het stokje willen overdragen aan Johan van Houten. Hij is overste b.d. Zijn werkterrein is misschien enigszins vergelijkbaar met dat van mij, maar waar ik de beleidsmatige kant voor mijn rekening neem, is hij degene die de feiten onderzoekt.

 

naam                       Corstiaan de Haan

geboorteplaats  Wageningen

geboortejaar       1960

werk/beroep       burgerambtenaar bij Defensie, na 44 jaar als militair te hebben gediend.

contactadres       cjch.d.h.01@mindef.nl

Deel dit item