Elf levens gered uit het donkere water

Dit verhaal valt onder de categorie:

Een gezellige zomeravond verandert plotseling in een gevecht om levens. Twaalf mensen belanden in het stikdonkere water nadat hun pont omslaat. Terwijl paniek uitbreekt en verdrinking dreigt, komen vier mannen in actie. Met gevaar voor eigen leven weten zij elf mensen uit het water te redden.
Hun moedige optreden begint op een avond die juist in het teken staat van ontspanning en gezelligheid.

Een uitstapje eindigt plotseling in doodsgevaar
De Haagse Typographische Vereniging Nut en Genoegen bracht regelmatig vakgenoten uit het drukkers- en zettersvak samen. Zo ook op 14 juli 1853 bij Pax-Intrantibus, een uitspanning aan de overzijde van een trekvaart. Bezoekers worden met een pont van en naar de overkant gebracht.
Wanneer het gezelschap ’s avonds terugkeert, wordt de groep uit voorzorg verdeeld. Toch gaat het mis. De tweede overtocht is nauwelijks begonnen wanneer de pont omslaat. De eerste groep hoort hevig geplons en ijzingwekkend gegil. Twaalf mensen belanden in het donkere water.

Vier mannen wagen hun leven
Vier mannen komen onmiddellijk in actie en redden elf mensen uit het water, terwijl zij daarbij zelf in groot levensgevaar verkeren. De krant spreekt van een ‘ongelooflijke inspanning’.
Niet iedereen kan worden gered. De heer L. Fenkel verdrinkt ondanks de wanhopige pogingen hem te helpen. Later wordt bekend dat hij eigenlijk niet mee zou gaan met deze tweede overvaart, omdat met zijn aanwezigheid het vooraf bepaalde aantal deelnemers werd overschreden. Hij wilde echter bij zijn echtgenote blijven.

Een kostbaar eerbetoon aan vier moedige redders
Nadat de eerste schok is verwerkt, wil de vereniging Nut en Genoegen de vier redders een passend en blijvend teken van erkentelijkheid geven. Ze laat vier zeer fraai uitgevoerde zilveren medailles vervaardigen. Tijdens een speciaal belegde, plechtige bijeenkomst op 30 januari 1854 worden ze uitgereikt aan de heren Bielen, Briedé, Jos en Lever.
Ook de uitvoering laat zien hoeveel betekenis aan hun daad wordt gehecht. Iedere medaille heeft ongeveer de grootte van een rijksdaalder, zo’n 4 centimeter. Op de voorzijde staat langs de rand de Vereeniging Nut en Genoegen. Een opgewerkte krans van eikentakken omsluit een zilveren schildje met het woord Aan. Daaronder bevindt zich een groter gouden schild waarin de naam van de ontvanger is gegraveerd.
De keerzijde draagt eveneens een opgewerkte eikenkrans, met daarin de woorden: voor Edelmoedige Zelfopoffering op 14 Julij 1853. De medailles zijn vervaardigd door de heren Burnier in Den Haag. De krant prijst hun bijzonder fraaie bewerking. Dat vakmanschap is ook nu nog in de medailles te herkennen.
Zo krijgt de dankbaarheid van de vereniging letterlijk vorm in zilver en goud. De vier mannen worden niet alleen bedankt voor hun optreden, maar ontvangen ieder een persoonlijk vervaardigd aandenken aan de avond waarop zij, met gevaar voor zichzelf, anderen te hulp schoten.

Deel dit item
Stories achtergrond